Joachim Eijlander

Lees hier meer over Joachim's belevenissen rondom de cello, concerten en muziek.

Bach cellosuites

Bach cellosuites

We associeren klassieke muziek maar al te vaak als iets dat helemaal klaar en af is en in concertzalen gespeeld wordt. Staan we iets langer hierbij stil, dan valt op dat alle grote componisten zelf hele goede improvisatoren en expirimenteerders waren, ook tijdens concerten. Bach al helemaal.

Het idee van georganiseerde improvisatie komt in deze suites ook voor, preludes bijvoorbeeld. Bach componeerde ze voor zichzelf of misschien voor een bevriende speler aan het hof van Cöthen. We weten er niet genoeg vanaf. Het is waarschijnlijk dat hij het voor zichzelf schreef om uit te proberen, dus als een  experiment  om te kijken wat je met zo weinig mogelijk middelen kan duiden. Daarbij komt dat cello nog niet echt een volwaardig solo instrument was in die tijd, zoals de viool dat al wel was. Dus is het des te meer bijzonder wat Bach allemaal heeft bedacht, en dat wil ik u graag laten horen.

De cello is een strijkinstrument dus tonen worden vaak na elkaar gespeeld, zoals in melodieën gebeurt. Bij een toetsinstrument als piano en clavecimbel kunnen meer tonen gelijktijdig gespeeld worden waardoor de harmonie in een stuk direct te horen is. Dus wat deed Bach: hij bedacht lineaire polyfonie, het suggereren van meerstemmigheid voor een melodisch instrument. De verschillende stemmen worden door één strijker gespeeld en gesuggereerd, vervolgens wordt de ene stem dan weer even losgelaten om de andere stem te laten horen. Dit laat ruimte voor de speler en luisteraar om de hiërarchie van de stemmen te kiezen.

Waarom heet het eigenlijk cellosuites? Een suite is een verzameling dansen. In Frankrijk in de tijd van Louis XIV, de Zonnekoning, werd gedanst: dansen uit verschillende streken uit Europa, zelfs daarbuiten. De muziek was dus eigenlijk dansbegeleiding. Het vormde een inspiratie voor latere componisten, de suite werd een uiterst populaire compositievorm, toen de muziek zich had losgekoppeld van de dans aan het hof.

De suite werd ingeluid met een prelude, een improvisatie-achtige opwarmer voor de dansen en een kennismaken met de toonsoort. Bij Bach konden deze preludes flink uitgebreid zijn, zo klinkt in de vijfde cellosuite een prelude met gedragen inleiding gevolgd door een vierstemmige fuga. De allemande was een Duitse dans en Bach herimporteerde de dans weer in Duitsland, omdat die wel aan het hof werd gedanst maar niet meer zoveel in Duitsland. De allemande opende de dansgedeelten in een suite. Onlangs vertelde een bevriende Amerikaans musicus dat onlangs op een populair volksdansfeest in Amerika de allemande werd gedanst.! Het is een sierlijke maar niet te snelle dans, een schrijdedans. De dans is gelaagd, er spelen verschillende elementen, te horen aan verschillende ritmes, tegelijkertijd. De dans is elegant en statig tegelijk, gecultiveerd. Ernstig en toch met goed gemoed! Bach speelt met beide elementen, laat deze met elkaar spelen. Meerstemmigheid is hier het middel bij uitstek. De courante komt van het Franse courire. De dansen hebben soms in meerdere culturen hun varianten. Italiaans is de corrente. Italiaans is snel, Frans niet zo, misschien zaten de kostuums in de weg. De dans is levendig, het ritme veelzijdig, soms in drie en soms in twee. De sarabande schijnt een koloniale Mexicaanse dans te zijn, in Spanje zarabanda genoemd. Geheimzinnig en erotisch van karakter was deze dans in Spanje verboden. In Frankrijk mocht het wel, maar werd de dans aangepast en verlangzaamd, In Duitsland werd de sarabande een ernstige diepzinnige dans. De dans is in drie met een extra nadruk op de 2e tel. Daarna komt een tussendeel, bijvoorbeeld menuet of bourée. Het menuet werd als enige dans ten tijde van Bach nog in de praktijk gedanst. In Frankrijk aan het hof vormde het vloerpatroon van de stappen van het menuet de letter S, ter ere van "le Roi de Soleil". De bourée was een boerendans uit de Auvergne, begeleid door een draailier of doedelzak. De gigue is een van oorsprong Schotse dans, hoewel de dans net als de courante en sarabande in verschillende landen anders gedanst werd, en bij de herkomst van de gigue is dat net zo. De Italiaanse "giga" doet denken aan het Duitse woord "geige", viool. Een fiedelende viool dan, dat wel. Ook de Ierse "jig" ligt voor de hand. Het oud-Franse giguer betekent rondtollen. De Italiaanse variant is snel met 8ste noten, de Franse versie is gepuncteerd dus iets langzamer. In ieder geval is het een uitbundige afsluiting van een suite!

Een moment van herkenning en toch de spanning voor iets dat nog gaat gebeuren; deze twee gevoelens strijden om voorkeur als ik op 14 december jl de Hillegersberg op loop. Mijn eerste herinneringen op muzikaal vlak liggen hier; als kind hoorde ik in deze kerk voor het eerst prachtige kamermuziek. En nu mag ik hier straks in februari m'n eerste van drie concerten met suites van Bach en prachtige Italiaanse solocapricces geven.
 

Er is in deze tijd een breed en geïnteresseerd publiek voor klassieke muziek, dat niet altijd tijd heeft om een avondvullend concert in een zaal voor klassieke muziek te bezoeken. Ik wil daarom mijn publiek graag gaan opzoeken! Ik wil op een directe manier snel contact leggen met mijn publiek. 

Bach cellosuites

We associeren klassieke muziek maar al te vaak als iets dat helemaal klaar en af is en in concertzalen gespeeld wordt. Staan we iets langer hierbij stil, dan valt op dat alle grote componisten zelf hele goede improvisatoren en expirimenteerders waren, ook tijdens concerten. Bach al helemaal.

Muziek uit 1720, bijna 300 jaar oud. Wat is daar nu nog spannend aan?

Hoe meer ik de laatste jaren over de suites te weten kwam en hoe vaker en beter ik ze ging spelen, des te groter werd mijn verbazing over de kracht en eenvoud van de muziek. Mijn nieuwsgierigheid groeide steeds en de vraag die me steeds meer bezighield was: hoe kan Bachs complexe, meerstemmige muziek voor een enkel, van nature niet meerstemmig instrument, een nog steeds groeiend aantal luisteraars zo blijven boeien en blijven uitdagen? Hoe kan deze muziek toch zo mooi, krachtig en eenvoudig klinken?

Waarom de cellosuites van Bach?

De ultieme uitdaging van iedere uitvoerende musicus is het spelen en opnemen van de suites voor cello solo van J.S. Bach; een project dat ik, na vijfentwintig jaar met deze suites geleefd te hebben, nu ga realiseren.